Vrijwel niets is prettiger dan tijdens een autoritje luisteren naar een diepte-interview op Radio 1, met mensen die iets te vertellen hebben, over onderwerpen die op dit moment het wereldbeeld bepalen. Daar zijn er nog best veel van in dit land, stel ik vrijwel dagelijks vast, al worden ze nog te vaak overschreeuwd door lieden met complottheorieën, malloten die louter afgeven op buitenlanders of gestoorde geesten die de banden met Rusland weer willen aanhalen. Relaxed achter het stuur zitten en aandachtig luisteren naar boeiende standpunten waarmee je het niet eens altijd bent, maar die aandacht vragen of je aanzetten tot wat reflectie, zoals de gang van zaken bij een AZC in Oss, waar veel gemeenten een voorbeeld aan kunnen nemen in het kader van de spreidingswet, een discussie die tekenend is voor de flarden van fatsoen en menselijkheid die binnen de grenzen van onze nog steeds florerende welvaartsstaat resteren.
Flarden, zo viel me vandaag nogal op, liggen ook pal langs de snelweg gedrapeerd, in dit geval van vrachtautobanden die aan gort zijn gereden en daar in steeds grotere aantallen gewoon maar blijven liggen, met de vraag waarom, hoezo en waar is Rijkswaterstaat?
Flarden resteren ook nog van de plannen om de klimaatverandering een halt toe te roepen, via bijvoorbeeld de akkoorden van Parijs en tientallen andere mondiale overeenkomsten die op dit moment volledig worden overschaduwd door oorlogsgeweld waarvan de indirecte gevolgen voor het milieu en klimaat desastreus zijn. Terwijl ijsberen op de noordpool hartstochtelijk overwegen om zich te laten omscholen tot bruine of grizzlybeer bereikten afgelopen week de thermometers in Nebraska – in maart dus – een recordtemperatuur van 43 graden Celsius, terwijl 12 normaal is.
Ter hoogte van Hilversum denk ik gek genoeg met enige weemoed en vooral flardgewijs terug aan mijn jeugd in de Achterhoek, in een tijd dat mijn vader voor het avondeten op gedempte toon het Onze Vader uitsprak, alvorens wij ons te buiten gingen aan het maaltje met bruine bonen, karnemelkse saus en een krokant gebakken speklapje. Het was in een tijd dat wij nog wat jaartjes dachten dat oorlogen irritante gebeurtenissen uit het verleden waren, met de zojuist opgerichte Navo als geruststellende verzekeringsfactor. Nog slechts enkele flarden zijn er over van die vermeende zekerheid, aan barrels geschoten door één enkele idioot in Washington. Ik vloek in mezelf…
Rond Amersfoort, net voorbij dat vermaledijde Hoevelaken, doemt vanuit het niets een andere flashback op, een flard van een herinnering. Er was weinig tot niets in die jaren vijftig, de soberheid was na ‘40-‘45 tot norm verheven, maar iedereen was tevreden, want bevrijd van de moffen, op weg naar iets moois, iets nieuws, iets heel anders. Op zondag zong ik in de Nederlands Hervormde kerk rond het jaar 1959 een couplet van Psalm 119 uit volle borst mee, kregen we een pepermuntje van onze mams bij aanvang van de preek en hadden we een paar jaar later zo onze eigen, stiekeme gedachten bij het lezen van Ezechiël 23, een nogal vrijpostig samengesteld bijbelboek, vrijwel identiek aan de zondeval van Sodom en Gomorra, een periode die misschien wel veel overeenkomsten kent met die van nu, denk ik allemaal, nu al weer ter hoogte van Apeldoorn, als ik merk dat de snelheidsmeter door mijn merkwaardige mijmeringen per ongeluk bijna en heel asociaal de 140 aantikt.
In de buurt van Deventer luister ik verder naar het gesprek over verdraagzaamheid door de jaren heen en word ik overvallen door een gevoel van optimisme, zeker als ik daarna een oproep voorbij hoor komen van Laurens Dassen om afscheid te nemen van de VS, om als Europa op eigen benen te staan. ‘Yes’, roep ik bijna hardop, ‘waar wachten we op?’ Dat blijkt eenheid te zijn, eenheid in wapensystemen, eenheid in bereidheid tot investeren, en vooral veel Europese eenheid in het denken over onze toekomst. Dat wordt dus even lastig als onvermijdelijk.
Met flarden hoop op de achterbank neem ik afslag 26 richting Lochem, een beetje tot rust gekomen, om daarna nog eens dunnetjes de hele rit over te denken en te overdenken, inclusief die maffe shitzooi met die autobanden.
Het geeft rust, zo’n luister- en denkritje, en thuisgekomen besluit ik om daarom relativerend vooral het laatste nieuws even niet te raadplegen, tot morgen in elk geval, of in elk geval een uurtje, of zo…
Prettige Pasen.
See you.
Wil je gratis en automatisch de columns en blogs van Roelsrules ontvangen?: stuur je mailadres naar aanmelding lezersservice

Leave a Comment