Lezers van mijn blogs en columns vragen zich soms af – zo weet ik inmiddels – waar ze blijven, die schrijfsels, die soms eigengereide of betweterige teksten met toch zoveel mogelijk zorgvuldig geformuleerde beschouwingen over de gekte van de wereld anno nu. Ik beken: ze rolden de afgelopen periode minder frequent uit de pen en van het toetsenbord. Een verklaring daarvoor is even simpel als banaal en tweeledig: teveel andere dingen aan het hoofd enerzijds en verder vooral een te groot aanbod van gekkigheid in deze dwaze wereld. Beide oorzaken wijzen slechts in de richting van één oplossing: de frequentie weer opvoeren, maar dan korter.
Ik ga kortom vanaf vandaag pogen om in de aanloop van de wintertijd de blogdichtheid wat op te voeren, met wat minder lange verhandelingen. Dat laatste heeft ook te maken met de aandachtspanne van de lezers, waarover ik onlangs in een boeiend artikel las dat die onderhevig is aan verval, aan verminderde concentratie, aan een ernstig toenemende desinteresse ook van vooral nieuwe generaties in hetgeen zich in de wereld voltrekt.
Wijlen Paulien Cornelisse, God hebben haar ziel. onderkende dat fenomeen al geruime tijd, gelet op het feit dat haar krantencolumns nooit meer dan pakweg 150 woorden bedroegen, net genoeg om de lezer te boeien, alvorens diens aandacht alweer wordt afgeleid door de socials of anders gevormde bullshit, waarmee we zijn aanbeland op deel twee van deze blog.
Taal was echt haar ding en dat laat ze in de actuele ‘Slimste’ nog eens vrij ongeëvenaard zien en horen. Taal is ook wel mijn ding, maar ook een fors punt van zorg, omdat ik denk dat we de taal vandaag met z’n allen om zeep helpen door toedoen van influencers en andersgevormde proleten, die zich hoofdzakelijk bedienen van een merkwaardig koeterwaals dat vooral gericht is op het bedenkelijk aanprijzen van artikelen die qua nut en noodzaak variëren tussen volkomen nutteloos en volslagen overbodig, en dat via een yuppentaal die vervolgens veelvuldig wordt nagebootst door zich in de avonduren te manifesteren in kwizzen, talkshows of andersoortige nutteloze items.
Het is, kortom, slecht gesteld met onze taal, omdat die dagelijks wordt doordrenkt van zoveel Engelstalige kreten dat je er als kritische lezer flabbergasted van zou worden. Ik werd een kwart eeuw geleden al flink chagrijnig als iemand een ‘meeting’ voorstelde, maar sinds die tijd is chillen, checken en browsen zo’n alledaags gemeengoed geworden dat mijn goede oude moeder het zou hebben afgedaan als fratsen en strapatsen, wars als ze was van vrijwel alle dagelijkse gebeurtenissen die buiten de gangbare paden tot ons kwamen. In de Slimste zei vorige week iemand dat hij een bepaalde film had enjoyed en Paulien besloot haar daarop volgende betoog met I presume.
What the fuck, dacht ik toen, want je gaat zelfs Engelstalig denken.
Het wordt dus een challenge soms om nog gewoon Nederlandstalig te doen, te denken en die development dwingt ons tot echt wat ik zou willen voorstellen als een update van ons taal-level, in een dramatic try om onze boudaries te bewaren voor een tremendous thread! Monkey business is het, in alle opzichten, en shit, nu zit ik alweer op ruim vijfhonderd woorden.
It’s getting better…beloofd!
See you.
Wil je gratis en automatisch de columns en blogs van Roelsrules ontvangen?: stuur je mailadres naar aanmelding lezersservice

Leave a Comment